RSI / CANS

Probleem van de 3 fasen van RSI / CANS

Volgens het rapport van de Gezondheidsraad is deze veel gebruikte indeling in 3 fasen onduidelijk vastgelegd en bestaat er geen duidelijke relatie tussen de verschillende fases en de prognose van de klachten.
Wel onderkent de commissie het bestaan van verschillende gradaties van ernst van de RSI-klachten. Beginnende klachten worden gekenmerkt door de symptomen zonder dat sprake is van participatieproblemen. In een tweede stadium staan participatieproblemen centraal. Ten slotte is er een stadium waarin chronische pijnklachten domineren.
Momenteel neemt de medische wereld steeds verder afstand van de algemeen gebruikte fasen-indeling. De belangrijkste reden is dat deze tot verkeerde conclusies kan leiden, zowel over de ernst en de aanpak, als over de prognose.

Het is een misvatting dat het klachtenverloop van fase 1 naar 2 en 3 altijd geleidelijk verloopt. Beginnende klachten kunnen zich namelijk ook in heel korte tijd ontwikkelen tot ernstige klachten.
Een andere verkeerde indruk die zou kunnen ontstaan is dat langdurig beginnende klachten minder ernstig zouden zijn dan het hebben van tijdelijke ernstige klachten. Tijdige interventie blijft van groot belang.
Het klachtenverloop kan enorm verschillen per persoon. De genoemde klachten worden in het algemeen wel herkend, maar daaruit blijkt niet precies in welke fase iemand verkeert. Dit mag geen gevolgen hebben voor de aanpak van de klachten.
Tenslotte de belangrijkste misvatting: in het verleden werd aan fase 3 vaak de prognose "onherstelbaar" gekoppeld. Dit vooruitzicht kan leiden tot depressie en berusting. De overgrote meerderheid herkent een -langzame doch zekere- progressie naar herstel.

« Ga terugLees verder »

 

 

 

 

Bovenstaande tekst op deze pagine is (gedeeltelijk) ontleend en/of overgenomen van de site van de RSI-vereniging